Banner

 

<<Terug

De laatste tijd krijg ik nog al eens de vraag van oudere wielrenners of het nog wel verantwoord is om dat gaatje dicht te rijden, in de eindsprint mee te doen of de Mont Ventoux op te rijden.

Sporters blijven langer gezond, leven langer, zijn minder depressief en krijgen minder last van dementie!  Allemaal goed nieuws, echter er zit natuurlijk altijd een addertje onder het gras en daar gaat dit stukje over. Intensieve sporters hebben, volgens een Italiaans onderzoek een 2,4 keer zo grote kans op acute hartdood vergeleken met niet-sporters. Risicomoment is tijdens en vlak na de sportinspanning.
Ook niet eerlijk zou je zeggen, is het ook niet! Maar troost je want de niet-sporters hebben het tegenovergestelde van de meevallers in de eerste regel van dit stukje. De verklaring voor acute hartdood (ACD) bij sporters zit hem simpelweg in de belasting van het hart: hierdoor provoceer je hartproblemen die anders minder snel van zich zouden laten horen. 

Een onderscheid in hartproblemen moet gemaakt worden voor sporters onder de 35 jaar en sporters boven de 35 jaar. 

Sporters onder 35 jaar
ACD 0,4-5 per 100.000 sporters, oorzaak: aangeboren ritmestoornissen meestal bij inspanning optredend, soms alleen in diepe slaap. Een uiteenzetting van de verschillende ritmestoornissen zou te ver voeren.
Belangrijkste methode om ze op te sporen:
1. met de vraag of er familieleden op jonge leeftijd plots zijn overleden
2. het hartfilmpje (ECG) in rust.
Uit onderzoek blijkt dat als je deze sporters zo onderzoekt je de helft van de ACD kunt voorkomen!
 
Sporters boven 35 jaar
ACD 7-13 per 100.000 sporters, oorzaak: ritmestoornis door hartinfarct ten gevolge van aderverkalking, vaak tijdens of tot 1 uur ná de inspanning optredend. Belangrijkste methode om deze kwaal op te sporen:
1. luisteren naar je lichaam tijdens inspanning: ‘wegrakingen’, hartkloppingen, onverklaarbare zweetaanvallen, misselijk en/of maagpijn, pijn op de borst of plotselinge daling van het prestatievermogen: “het gaat de laatste tijd helemaal niet meer”.
2. inspannings-hartfilmpje (ECG)  

Als de uitslag van het inspannings-ECG niet goed is wil dit nog niet zeggen dat er ook daadwerkelijk iets mis is met het hart. Je moet dan wel naar de cardioloog om het goed uit te laten zoeken. De cardiologische commissie van hetartikel_fietstest_hart_200 I.O.C. heeft in dec. 2004 het “Lausanne protocol” uitgevaardigd voor topatleten ( A- en B- groep, uiteraard tot de leeftijd van 35 jaar).
Daarin wordt aanbevolen een eerste uitgebreide keuring te doen (te vergelijken met de Licentiekeuring, dus incl. rust-ECG) en vervolgens elke twee jaar te screenen op tot uiting gekomen hartafwijkingen (ritmestoornissen) middels een rust-ECG. Dit protocol zal binnenkort zo uitgevoerd gaan worden.
Sportcardiologen vinden dat, wat voor de top geldt (onder 35 jaar), ook voor de subtop geldt en voor iedereen die zijn hart flink belast! Officieus wordt gezegd dat het voor de categorie boven de 35 jaar, zeg vanaf 45 jaar verstandig is om eens in de 2-3 jaar een inspannings-ECG te maken. 

In de praktijk komt het er op neer dat je als oudere sporter goed naar je lichaam moet luisteren (zie boven) en daarop actie moet ondernemen. Zeker als je af en toe “tot het gaatje” gaat, laat dan om de 2-3 jaar een inspannings-hartfilmpje maken. Dus, als je het belangrijk vindt om je fiets elk jaar een beurt te laten geven, waarom dan niet jezelf eens in de paar jaar?

Dit kan bij sportmedische instellingen te vinden op www.sportzorg.nl daar vind je de sportartsen in de ziekenhuizen én de loslopende wielrendokters zoals ik (www.sportzorg.nl/onderzoek-of-keuring/).verplichte-sportkeuringen/wielrennen-knwu/waar-en-bij-wie-kun-je-keuren.html

Tekst en foto’s Rob Barthels, wielrenarts te Drunen, www.barthels.nl

fietssport MAGAZINE 1-2007

Laatst aangepast (zondag, 13 februari 2011 21:08)