Komende evenementen
zo aug 19, 2018
Binck Bank Tour
zo aug 19, 2018
Cyclassics Hamburg
wo aug 22, 2018
Veenendaal-Veenendaal Classic
za aug 25, 2018
Vuelta a Espãna
zo aug 26, 2018
Bretagne Classic
zo aug 26, 2018
Vuelta a Espãna
ma aug 27, 2018
Vuelta a Espãna
di aug 28, 2018
Vuelta a Espãna
wo aug 29, 2018
Vuelta a Espãna
do aug 30, 2018
Vuelta a Espãna
vr aug 31, 2018
Verjaardag Willem van den Berg
vr aug 31, 2018
Vuelta a Espãna
za sep 01, 2018
Vuelta a Espãna
zo sep 02, 2018
Ronde van Groot-Brittannië
zo sep 02, 2018
Vuelta a Espãna
ma sep 03, 2018
Ronde van Groot-Brittannië
ma sep 03, 2018
Vuelta a Espãna
di sep 04, 2018
Ronde van Groot-Brittannië
di sep 04, 2018
Vuelta a Espãna
wo sep 05, 2018
Ronde van Groot-Brittannië
wo sep 05, 2018
Vuelta a Espãna
do sep 06, 2018
Ronde van Groot-Brittannië
do sep 06, 2018
Vuelta a Espãna
vr sep 07, 2018
Grand Prix Cycliste de Québec
vr sep 07, 2018
Ronde van Groot-Brittannië
vr sep 07, 2018
Vuelta a Espãna
za sep 08, 2018
Ronde van Groot-Brittannië
za sep 08, 2018
Vuelta a Espãna
zo sep 09, 2018
Ronde van Groot-Brittannië
zo sep 09, 2018
Vuelta a Espãna
Login
Door hier in te loggen kom je op de Ledenpagina van STG Renkum/Heelsum



Banner

 

<<Terugclubbladvoor12nr1GIF

Voorwoord
Een voorjaarsnummer dient eigenlijk na een winter te komen. Helaas bleek deze winter die naam niet te verdienen. Hoewel, toen de racefiets alweer begon te lonken in de schuur, moesten we (in maart en door de sneeuw!) hals over kop naar Oosterbeek. Daar had de ijsvereniging, naar later bleek als een van de weinige in Nederland, een prachtige ijsbaan gecreëerd. Hier kon maar liefst drie dagen (ochtenden) goed op natuurijs worden gereden.

Wie weet krijgen we volgend jaar wel de strijd Veenoord-Noordlaren-Oosterbeek!
In dit nummer verslagen van de verschillende activiteiten die leden ondernamen; we kunnen zelfs een rubriek “medisch allerlei” opstarten. Informatie uit deze bijdragen is ook voor het zomerseizoen goed bruikbaar. Veel leden stappen nu weer met hun groep(je) op de racefiets. Het zou aardig zijn wanneer er dit jaar naast deze snelle/fanatieke groepen ook een minder snelle groep binnen de club kan worden geformeerd, waarin iedereen kan meekomen. Op de jaarvergadering op 4 april kan dit samen met de activiteitenkalender aan de orde komen.

Aan welke fiets -, skeeler – en toertochten STG R/H-leden deze zomer deelnemen, kunnen we hopelijk in het najaarsnummer lezen. Bijdragen voor het najaarsnummer graag voor 10 september 2005 naar het onderstaande nieuwe e-mailadres: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.

Hein Leveling

Van de voorzitter (vervolg 4)
De opmerking van (een paar speldeprikjes) ten aanzien van koning winter in de ijssplinters van december 2004, was, zo hebben we gemerkt, echt de goden verzoeken.Goed het duurde nog een aardig tijdje en we hadden deze winter al weer bijna bijgeschreven als de zoveelste zonder natuurijs. Maar toen plotseling eind februari begin maart, jawel even in zijn Winterslaap gestoord sloeg hij op de valreep heftig toe. Wanneer ze mij uit mijn slaap halen ben ik knap sacherijnig en weet ik ook niet wat ik zou hebben gedaan. Maar goed, min 20,7 °C leverde in ieder geval in Oosterbeek weer eens natuurijs op. Op een bedje van sneeuw lukte het de ijsmeesters ondanks een defect aan de “ijsmachine” een redelijk vloertje neer te leggen, zo heb ik begrepen van een aantal STG leden.

Helaas echter maar van erg korte duur en dus geen tocht over sloten en plassen en klunen over versleten kokosmatten en oude traplopers.Wat ik vooral dan ook mis is het genot van de Koek & Zopie tenten met de nadruk op Zopie natuurlijk. Een Beerenburger op zijn tijd tijdens een tocht laten we eerlijk zijn is niet gek. Sorry mensen, ik merk dat ik me even nostalgisch laat gaan!
Nog geen week later schaats ik met een oudcollega in Dronten de sterren van de hemel met een dik PR over de10 km in 1 uur, 45 minuten en 27 seconden het oude dateert uit 1963 en stond op 1 uur 46 minuten en 29 seconden ruim 60 seconden sneller,ik geef het je te doen, bij een buitentemperatuur van 20,4°C.

Zo kreeg ik de bevestiging dat de intensieve en zware wintertraining in de zaal niet voor niets is geweest. Deze laatste weken voor het voorjaar en de zomer zullen we ons jammer genoeg moeten behelpen met de overdekte kunstijsarena in Nijmegen en Deventer.
Nu Piet Brugmans en ondergetekende de strenge trainingsteugels iets laten vieren, spreken we echter wel de hoop uit dat iedereen d.m.v. fietsen, mountainbiken of skeeleren haar of zijn conditie niet verloren laat gaan tijdens de zomermaanden.
Iedereen een fijne lange of misschien korte niet te warme zomervakantie, en tot ziens in ieder geval ergens in september bij de start van het nieuwe schaatsseizoen.

Wordt vervolgd,
Carel Hagenbeek

Volgend seizoen: ELFSTEDENTOCHT!
Dit is niet alleen de vurige wens van veel STG-ers, maar volgens een theorie van een aantal klimaatonderzoekers mogelijk. Weliswaar stijgt de gemiddelde temperatuur, maar uitschieters naar boven en beneden blijven mogelijk. Uit statistisch onderzoek van de winters gedurende vele eeuwen is een 89-jarige cyclus van koude winters voorspeld. Deze cyclus is te verdelen in vier “kwartalen” van ruim 22 jaar. Het viel daarbij op dat er rond het begin van elk kwartaal strenge winters voorkwamen (1917, 1940, 1962, 1984), 2006 kan dus de volgende zijn! Een andere onderzoeker werkt in perioden van 93 jaar met elke 23 jaar een koude winter. Zijn koude winters worden dan 1917, 1940, 1963 en 1986. Voor de volgende, 2009, moeten we dus nog even geduld hebben. Natuurkundigen en meteorologen onderkennen de statische analyse maar vinden het teveel “wetenschap” achteraf, zolang er geen natuurkundige verklaring is.
(De elfstedentocht is verreden in: 1909-1912-1917-1929-1933-1940-1941-1942-1947-1954-1956-1963-1985-1986-1997)(en dus ook 2006/2009?)

Hein Leveling

Huize de Weegbrug
Het is eerste paasdag ongeveer half een, we zijn net terug van onze trainingsrit, rondje Hoenderloo, van 55 km. Corrie is aan het koffiezetten en Wim pakt de weegschaal; want u wist het misschien nog niet, maar vanaf het nieuwe jaar wordt er gewogen!
De supermarkten in de buurt hebben het al gemerkt, er worden geen cola, chips en andere vetmakende happen meer verkocht.

Rob Brugmans, alias de tank, wonende in Huissen en werkzaam bij Aquaco Elst, gaat als eerste op de weegschaal. Hij woog op nieuwjaar 102 kg en op deze paasdag 93,2 kg.

Alex Venema, de kleinste van het stel en werkzaam bij de gem. Wageningen, waar hij meestal tussen de struiken is te vinden, blijft op 82,4 kg steken.

Martin Appelhof, de motormuis uit Ede spint tegenwoordig drie keer per week in de sportzaal van 84,1 kg naar 83 kg.

Esther Bakker, de fee uit Stroe (ook wel gezien als zwarte Piet) komt nog met overgewicht van 63,9 naar 64 kg.

Martin Hiskemuller ook uit Stroe, fysiotherapeut, sinterklaas, kerstman, kunstenaar en onafscheidelijk van zijn mountainbike, is gemaakt voor het hooggebergte.

Gerard van den Berg, leraar te Arnhem, houdt keurig onze website bij. Zowel bij het fietsen als bij schaatsen rijdt hij altijd voorop. Zijn laatste weging was 90,1 kg.

Jan Bart van de Linden, partner van Manon, is ook weer van de partij en is in prima vorm; schoon aan de haak 80,6 kg.

Dan de oudste en taaiste van het stel. Wim Brugmans, alweer 2 jaar genietend van zijn “prepensioen” weegt nu net zoveel als zoon Rob. (van 95,5 naar 93,2 kg). Zijn streefgewicht is 90 kg.

ATBgewicht

Voorbeelden van de metingen van kerst tot Pasen

Pijn en ander spierplezier
Spieren zijn eigenlijk, net als de meeste mensen, hele luie dingen. Ze hebben een hekel aan werken en zijn zelfs een beetje te belazerd om zich fatsoenlijk uit te rekken. Dat is waarschijnlijk de reden dat onze lieve Heer er een paar hersentjes boven heeft geplaatst. Zodoende kunnen die spieren een beetje worden aangestuurd. De hersenen hebben nog een ander voordeel want ze kunnen ons haarfijn laten weten wanneer we te veel van onszelf vergen. De manier waarop ze dat doen is wat minder elegant maar wel uitermate doelmatig. Pijn is een middel van onze hersenen om aan te geven dat we even wat rustiger aan moeten doen. Soms is pijn scherp en stekend van aard en deze pijn duidt op schade of dreigende schade. Dit is een alarmpijn en wordt door heel snelle zenuwvezels door het lijf gejaagd (prikken of snijden in vinger). Een andere pijn is de meer zeurende, doffe pijn en die heeft veel meer een functie in het voorkomen dat iemand zich nog verder gaat overbelasten (spierpijn). De zenuwvezels die deze pijninformatie doorgeven zijn een ietsepietsie slomer.

Terug nu naar de spieren. Deze zijn op gebouwd uit spiercellen die spiervezels kunnen maken. Hoe sterker de spier, hoe meer vezeltjes, hoe groter de diameter van de spier wordt. Om spieren goed te trainen is het essentieel om ze te belasten. Ze moeten een prikkel krijgen om te groeien en dus sterker te worden. Bindweefsel houdt de spierenvezeltjes bij elkaar en vormt een beschermend en verstevigend kokertje. Meerdere vezeltjes samen vormen een bundeltje die ook weer beschermd worden door zo’n omhulsel van bindweefsel. Uiteindelijk vormen al die bundeltjes samen weer de spier en, je raadt het al, ook deze is weer beschermd door bindweefsel. De pezen waarmee spieren zijn vastgemaakt aan de botten zijn ook van bindweefsel. Bij zware training krijgen de pezen het zwaar te verduren. Ze zijn eigenlijk het kwetsbaarst omdat ze zich minder snel kunnen aanpassen aan een nieuwe, zwaardere belasting en omdat de doorbloeding (= voeding; brandstoffen - en bouwstoffen aanvoer en afvalproducten afvoer) uitermate slecht is. Dit heeft te maken met de snelheid waarmee weefsel zich vernieuwd.

Pijn is een belangrijke graadmeter in de training. Scherpe stekende pijn mag nooit optreden maar die spierpijn die wat dof van aard is, is eigenlijk alleen een indicatie dat het net een klein beetje te zwaar was. Er is dan geen echte schade en met wat rustig bewegen is de pijn er na een dag of twee uit.

Wanneer er toch een scherpe stekende pijn is, kan het betekenen dat er echte schade is. De vraag is dan: “Zijn er dan bindweefselcellen of spiercellen dood, of zijn er slechts wat vezeltjes gescheurd”. Een spiercel die dood is wordt niet vervangen door een nieuwe spiercel, simpelweg omdat het lichaam daartoe niet in staat is. Is een bindweefselcel dood kan dit onder normale omstandigheden gewoon herstellen. Het duurt alleen even, afhankelijk van de mate van schade. We rekenen met halfwaardetijden; de tijd die er nodig is om de helft van het weefsel te vervangen. Voor bindweefsel is dat 200 tot 500 dagen. (Ter vergelijk: voor de huid is dat slechts 13 dagen. Voor kraakbeen is dat onder optimale omstandigheden 5 jaar.) Zoals gezegd hebben spiercellen geen halfwaardetijd want als ze stuk zijn herstellen ze niet. Die tijden zijn wetmatigheden en dat wil zeggen dat het niet sneller kan genezen. Wel langzamer…

Is alleen de spiervezel of bindweefselvezel kapot, dan is dat normale gebruikersschade en herstelt het gewoon. In de kranten staan soms van die heel spectaculaire verhalen dat topsporters spierscheuringen hebben opgelopen en binnen een week of drie sporten ze weer intensief mee. Elke dag fysiotherapie maakt echter van een dode spiercel geen levende en we hebben in zo’n geval gewoon met een kapot vezeltje te maken en dan treedt er dus, in een gezond lijf, normaal herstel op. Geen tovenaars, die fysiotherapeuten, alleen koele rekenaars.

Martin Hiskemuller

Hurdriderij voor manspersonen
In mijn jeugd leerde ik schaatsen op houtjes. Aan het eind van de veertiger en vijftiger jaren van de vorige eeuwwas dat gebruikelijk. In mijn directe woonomgeving had ik daarvoor twee oefenlocaties, een brede sloot bij onze boerderij aan de Hollandseweg en de ronde bluskolk nabij herberg / café De Keijser in Wageningen.
De sloot was om het rechte eind onder de knie te krijgen, op de bluskolk (diameter 12m.) leerde ik links - en rechtsom bochten rijden. Als jong broekie sleepte ik nog wel eens prijzen van school - en verenigingswedstrijden mee naar huis. Dat ik in mijn jeugd een landelijk talent op rendens (houten schaatsen) was dat was men in Friesland niet vergeten. Na vijftig jaar kreeg ik zowaar nog een uitnodiging voor een Friese kortebaan wedstrijd. Omdat familie Jägers ook dit winterseizoen de openhaard weer veel te hard stookte kwam er in Nederland van natuurijs weer weinig terecht. Daarom werd er – zoals voor veel ander ijsplezier - voor de korte baan uitgeweken naar de Weissensee in Oostenrijk. Samen met onder andere een delegatie van de KNSB was ik ondergebracht in een zeer goed hotel, waar ik me in de fitnessruimte goed kon voorbereiden op de wedstrijd.
De hurdriderij voor manspersonen, die op donderdag drie februari 2005 na afloop van een criterium voor A & B marathon schaatsers werd gehouden, was een groot succes. Op de Weissensee lag een mooie plaat ijs van 55 cm dik. De startgelden en wedstrijdpremies waren goed. Het publiek stond rijendik langs de baan. Tien kortebaan cracks bonden, in authentieke klederdracht van rond 1900, de strijd met elkaar aan. Het materiaal waarop gereden werd varieerde van krulschaats tot Friesche doorloper. Deze rendens waren beschikbaar gesteld door Cor Faber van de gelijknamige sportzaak in Heerenveen.
De tegenstanders waren door de wedstrijdleiding aan elkaar gekoppeld; van een eerlijke loting was geen sprake. De onpartijdige toeschouwers hadden snel in de gaten dat de wedstrijd een doorgestoken kaart was. Omdat de laatste Friesche Elfstedentocht ook wéér door een niet Fries was gewonnen, moest en zou een Fries winnaar worden.

De deelnemers aan de hurdriderij reden op oud spul dat de tand des tijds niet geheel had doorstaan. Enkele rijders kregen te kampen met specifieke pech; een gebroken hakleer, een lengtescheur in een voetstapel en een kapot getrokken leren bindveter. Ik reed op doorlopers en van ober Johann Walker had ik een authentiek Oostenrijk kostuum uit de regio Kärnten geleend. In de eerste rit kwam ik uit tegen Henk Katgert uit Overijssel. Omdat Overijssel dichter bij Friesland ligt moest Henk winnen van de “Oostenrijker”. Van te voren hadden we de op te voeren act doorgenomen. Henk gaf me halverwege de race zijn zakflacon aan. Langdurig toastend naar het publiek nam ik zgn. een neutje. Mijn tegenstrever maakte onder luid boegeroep van het publiek een lange neus en reed door naar de finish. Toen ik de valsspeler achtervolgde trapte hij een paar meter voor de finish in een scheur, waarbij het hakleer van zijn schaats brak. De eerste rit kreeg daardoor niet de vooraf geplande winnaar. In de tweede rit kwam ik uit tegen Andries de Swetser (de speaker Andries Nieuwenhuis). Andries die op kousenvoeten in borstrok en een lange baaiens onderbroek reed was de vooraf geplande winnaar. Dus werd er voor de duizenden toeschouwers een act op het ijs neergezet. Na veel gesjoemel door de wedstrijleiding greep Rein Zwart in. De oud wieler & schaatsscheidsrechter die de spelregels van de korte baan wel kent besliste dat de finale ging tussen de Friezen Dries de Swetser en Smit uit Skylge. Smit won op sloffen. Omdat de contouren van Smit bepaald niet mannelijk waren verrichte speaker Jannes Mulder een sekse onderzoek. Het verwijderen van de Bivakmuts was voldoende. Voor iedereen was het direct duidelijk dat Neeke Smit incognito gereden had. De oud-marathonschaatser won bij de dames op een eerlijke manier twee keer een 200 km tocht in Finland en twee keer een 200 km alternatieve in Oostenrijk. Maar in een wedstrijd met kerels had ze de boel opgelicht.Omdat de kans groot was dat Neeke naar Terschelling verbannen zou worden, diende Andries geen protest in. Volgens de dagkrant van de stichting Wintermarathon had de hurdriderij op de Weissensee twee wereld primeurs: een uniek Fries evenement op Oostenrijks ijs en de zege van een vrouw in een mannenbolwerk. Het evenement wordt volgend jaar herhaald. De deelnemers worden wederom streng op PR geselecteerd.
Deelnemers, wedstrijdleiding en publiek beleefden veel plezier aan deze nostalgische vorm van wedstrijd rijden. De kleding en de oude schaatsen trokken veel belangstelling. Vooral van de krulschaatsen zijn veel foto’s gemaakt. (misschien iets voor de website?)(red.)

Friesland boppe,
Albert van Brakel
Februari 2005

zaaltraining
“Jo-jo blessures? Nooit van gehoord!”

Het sprookje van de automonteur en de huisarts
Er was eens een automonteur in een land hier niet zover vandaan, die vanwege rugklachten bij de huisarts kwam. De huisarts, een vakbekwame man, zei tot de automonteur:”Doe maar een dag of veertien rustig aan en als het dan nog niet over is, kom je maar weer terug…” De huisarts ging tevreden slapen die nacht en de automonteur, ach die sliep iets minder goed. De huisarts stond de volgende ochtend op en wilde met zijn auto naar een patiënt. Het had streng gevroren die nacht en de auto wilde niet starten. De huisarts belde de garage. Stomtoevallig, zo gaat dat nou eenmaal in sprookjes, nam de monteur van de dag ervoor de telefoon aan…
Omdat die monteur trouw het advies van zijn huisarts opvolgde zei hij het volgende:”Doe maar een dag of veertien …” De huisarts gooide de hoorn op de haak en sliep die nacht iets minder goed… De monteur sliep opperbest, herstelde voorspoedig en leefde nog lang en gelukkig...

Nu weet u, net als ik, dat sprookjes niet bestaan maar desondanks altijd een kern van waarheid in zich dragen. Wat maakt dat de auto van de huisarts niet beter wordt en de rug van de automonteur wel? Het antwoord is: ontsteking. Nee, niet de ontsteking van de auto… Het proces van weefselschade en het herstel na die tijd wordt ontsteking genoemd. Wanneer er in het menselijk lichaam cellen kapot gaan, komen er stofjes vrij die een ontsteking veroorzaken. Een ontsteking is een gezonde reactie van het lijf om schade te herstellen. (niet te verwarren met een infectie die het gevolg is van bacteriën of andere lichaamsvreemde organismen of virussen) Een ontsteking kenmerkt zich in principe door vijf symptomen; roodheid, zwelling, warmte, pijn en functieverlies van het getroffen lichaamsdeel. Soms zit de ontsteking zo diep in het lijf, dat de eerste drie symptomen nauwelijks opvallen daarom is de pijn het meest duidelijk.
Als we kijken naar hoe lang zo’n ontstekingproces nu mag duren, komen we in dagen tot weken terecht. Als we volledig herstel verlangen praten we zelfs over maanden tot een half jaar. We hebben het dan over de eerste fase tot en met de laatste waarbij het weefsel weer volledig belastbaar en geïntegreerd is met de functie die we van het lijf verlangen. In de eerste vier dagen na een schade moet het weefsel rusten. Tot 21 dagen na het ontstaan, is het verstandig om niet te veel het kapotte weefsel te belasten; alleen bewegen op geleide van pijn. Daarna moet het weefsel weer wennen aan de belasting die een lijf aan moet kunnen en mag er worden opgebouwd met trainen…
Op een veel te heftige training, waarbij cellen kapot zijn gegaan, reageert het lichaam dus met een ontstekingsreactie. Als we dan niet de regeltjes van herstel in acht nemen, zijn we bezig om ons lichaam langzaam maar zeker te slopen. We belanden dan in de chronische ontstekingen en dit kenmerkt zich door sporters die lijden aan van die “jojo-blessures”.
Uitermate onaangenaam en frustrerend maar in veel gevallen een klein beetje eigenschuld.
Dus gedoseerde rust na (te) zware training is lijfsbehoud. Gezond eten en drinken en op tijd naar bed.
En als je er een nachtje over slaapt, wordt zelfs je auto wel weer beter…misschien.

Martin Hiskemuller

Het belangrijkste trainingsmoment
Zoals u ongetwijfeld weet moet een goede training worden opgebouwd uit diverse zaken. Een van de belangrijkste aspecten is het regelmatig terugkeren van een grensverleggende activiteit zodat de spieren, maar ook het hart en longen een prikkel  krijgen om zich te gaan aanpassen aan de verhoogde fysieke inspanning. Regelmaat is niet elk jaar de Weissensee maar minimaal twee maal in de week even zweetdruppeltjes op het voorhoofd. Verder is het van belang om binnen die regelmaat veel te variëren in intensiteit, trainingsvorm en trainingsduur. Zoals ik al eerder in een stukje had geschreven zijn spieren in principe luie dingen en als ze elke week hetzelfde moeten doen, stellen ze zich daar volledig op in. Maar ze doen dan ook niets extra. Door training af te wisselen moeten spieren zich veel sterker maken omdat ze niet “weten” wat de volgende training vergt. Het houdt het lijf scherp en alert. Het rusten na de training is al even belangrijk als de training zelf. In die tijd moet het lichaam zich aanpassen; opbouwen om de volgende training aan te kunnen. Hoe beter men traint, hoe beter dit herstel en volgende trainingsmoment op elkaar zijn afgestemd. Wat de afstand tussen twee trainingsprikkels moet zijn is voor iedereen weer verschillend en is medeafhankelijk van hoe getraind iemand al is. Het kan dus ook nooit zo zijn dat een trainingsschema voor iedereen geldig is want ieder mens is verschillend in zijn herstel en opbouw.
Wanneer twee prikkels (trainingen) te kort op elkaar volgen, is het lichaam nog niet hersteld en dus zwakker dan voor die training. Dit betekent dat als trainingen te snel achtereen worden gedaan, men zichzelf overtraind en met grote stelligheid op serieuze blessures afstevent. Overtraining herkend men niet gemakkelijk maar is wat overblijft als mogelijke oorzaak van teruglopende prestaties bij gelijkblijvende of zelfs intensievere trainingsarbeid en wanneer andere redenen uitgesloten zijn. Bij te weinig training loopt ook de prestatie terug maar is het risico op blessures niet aanwezig tenzij men plots de intensiteit zou gaan verhogen omdat men denkt deze wel aan te kunnen(...Ik ben getraind want ik doe elk jaar…). Maar zoals gezegd; de rust na de training is het belangrijkste van de training want daarin schuilt het herstel en de opbouw van het lijf.
Maar het allerbelangrijkste trainingsmoment is en blijft de koffie van Corrie na de zondagtraining op de ATB.

Martin Hiskemuller

Conditietest STG Renkum /Heelsum
De trainers (Piet/Carel) hebben de ontwikkeling in de conditie met de volgende testjes gemeten: (aantal uitgevoerd in één minuut)

1.         Vanuit ligstand bal met 2 handen vasthouden en muur aantikken                          
2.         Met twee voeten op en van bank stappen
3.         Touwtje springen
4.         Afwisselend met linker en rechtervoet in fietsband een stap opzij maken (getal is gemiddeld)
5.         Zittend met rug tegen de deur en langzaam omhoog en en terug
6.         Afwisselend met linker en rechtervoet in fietsband een stap voorwaarts maken (getal is gemiddeld).

Deze oefeningen werden op vier wintermaanden uitgevoerd in steeds wisselende tweetallen. Het fanatisme van je teamgenoot had duidelijk invloed op de te leveren prestatie. Het aantal per oefening werd vastgelegd door de deelnemers zelf.
De resultaten van de jongste en van een iets minder jonge vrouwelijke deelnemer zijn in de grafieken weergegeven.
Per oefening is een duidelijke stijging te zien in de meetperiode.

Hein Leveling

conditiedame1    conditiedame2

Verbeter jezelf (en anderen)
Er blijkt steeds meer behoefte te ontstaan aan meetbare resultaten van de verschillende trainingen. Met betrekkelijk eenvoudige middelen is de voortgang van trainingsarbeid te meten (zie hierboven en bij “de weegbrug”). Ook op de baan in Nijmegen is goed te zien hoe snel je over een ronde of over een bepaalde afstand doet. Wanneer je dat bv. een keer per maand meet en vastlegt kan dat goed vergelijkingsmateriaal opleveren. Het is dan wel zaak het tijdstip en de omstandigheden zoveel mogelijk gelijk te houden.
Deze competitie met anderen (en jezelf) kan zeer stimulerend werken en geeft een extra dimensie aan “het rondjes rijden”.

Over conditie gesproken.....
Vrijwel ieder mens, die zichzelf respecteert, probeert op zijn of haar wijze iets te doen aan de lichamelijke gesteldheid. Men eet en drinkt op z'n tijd en probeert tegenwoordig steeds meer het goede advies, om naast het eten vooral ook veel te bewegen, in praktijk te brengen.
Sporters zijn natuurlijk eveneens mensen, maar doorgaans véél meer met hun lichaam bezig omdat alleen een goed functionerende body hen in staat stelt hun sport te bedrijven.
Je kunt als sporter, even in het midden latend of je dat nu doet als wedstrijdsporter of puur als recreant, veel doen om jezelf fysiek en prestatief op een hoger niveau te brengen, maar dan nog blijkt dat die zo zeer gewenste goede conditie vaak een ongrijpbaar iets is.Bekend zijn de uitspraken van wielrenners en ook van schaatsers die heus wel goed getraind hebben alvorens zich in de cours te begeven, maar niet zelden al snel bemerken geen ,,goede benen te hebben”…. Ja, en waar ligt dat dan aan?
Iets gegeten misschien dat net niet goed is bekomen; vooraf niet voldoende rust in acht genomen… of toch niet voldoende getraind. Tja..het kan natuurlijk ook gewoon een kwestie van onvermogen zijn;  een gevolg van het feit dat de ander beter is.
Conditie moet ook niet gezien worden als het vermogen om voortdurend grote prestaties te kunnen leveren. Het is eerder een prettige maar tevens een noodzakelijke basis van waaruit je gemakkelijker trainingsarbeid kunt verrichten om tot een gesteld doel te geraken.

De huidige indoor trainingsstaf van de STG Renkum/Heelsum, t.w. Piet en Carel, heeft dat bij de nieuwe aanpak van de maandagavondtraining goed begrepen, ofschoon eraan herinnerd mag worden dat ook Albert in voorgaande jaren al avonden in zijn zaaltrainingsprogramma inlaste, waarop hij bepaalde oefeningen liet afwerken en daarbij tot een registratie kwam van behaalde scores.
Natuurlijk kan je in je eentje bij voldoende zelfdiscipline ook wel tot een progressie komen bij het uitvoeren van bepaalde oefeningen en dat naar believen in de tijd herhalen, maar je mist dan wel de suggestieve werking van de groep. Temidden van de collectiviteit in de zaal, waar de spiedende ogen van de oefenmeesters de zaak goed volgen, werkt het anders, effectiever.
Door een zorgvuldige keuze van de oefeningen en een optekening van bereikte scores en door deze tests in de tijd te herhalen wordt het inderdaad mogelijk één en ander statistisch te vervolgen en te komen tot een objectieve beoordeling van de conditie van iedere deelnemer apart maar ook van de trainingsgroep als geheel.
"Weten door meten" is dus het devies. Voorwaarde zou moeten zijn uit te kunnen gaan van een zo gelijkblijvend mogelijk deelnemersbestand en kijkend naar wekelijkse opkomst naar deze zaaltraining lijkt aan deze voorwaarde aardig te worden voldaan.
Het zou aardig zijn deze testresultaten ook getalmatig te vervolgen en het effect ervan in een toekomstige aflevering van de ,,IJssplinters" zichtbaar te kunnen maken.

Het lijdt geen twijfel dat hoe beter je conditie is des te beter ook het schaatsen zal gaan, juist dán als je je op dat grote meer bevindt en de wind met stormkracht je in het gezicht blaast.
Want laten we wel zijn.. .hoezeer onze Es-Tee-Gee zich voor het schaatsen in het bijzonder probeert sterk te maken, een goede conditie is voor heel veel andere zaken in het leven nooit verkeerd!

Minze de Vries

De Beste Wensen…
Misschien ben ik een uitzondering, maar als ik ergens een hekel aan heb dan is het wel aan verjaardagen, de feestdagen en bruiloften in december. Het geeft mij altijd een onbestemd gevoel van verplichte gezelligheid. Opeens moet ik mij gedragen alsof ik het mateloos naar mijn zin heb. En als ik ergens een hekel aan heb dan is het wel doen alsof ik mij amuseer terwijl ik het liefst ergens, glijdend over dichtgevroren sloten en plassen, geniet van het winterse landschap.
Echter, december geeft al jaren geen serieuze schaatsmogelijkheid en dus vier ik de kerstdagen maar met een semi-opgewekt humeur en zijn ook de andere feestjes een gematigd vrolijke afwisseling van het dagelijkse verlangen naar temperaturen ver beneden nul.

De nieuwjaarsrecepties zijn geen uitzondering op dit, bijna depressieve gevoel. Wanneer de eerste verplichte wensen over goede gezondheid en geluk over mijn lippen rollen, denk ik aan zwarte ijsvlaktes en snijdende kou. Ik heb een grote aversie tegen dit soort bijeenkomsten en vermijd ze dan ook zoveel als mogelijk. Maar soms komt er, onverwacht, een klein lichtpuntje in het winterse bestaan van een schaatsliefhebber. Een nieuwjaarsreceptie van gelijkgestemden, van mensen die eigenlijk allemaal niet binnen hadden willen zitten. Mensen die begrijpen dat een winter pas een winter is wanneer de ijsbloemen op de ruiten staan. Wanneer vingers tintelen en wanneer adem als witte rijp op sjaal en muts neerslaat. Met zulke mensen een nieuw jaar in gaan, maakt een beetje goed wat al die andere nieuwjaarsrecepties nooit zullen bereiken; het gevoel van: ”wat doe ik hier want we wensen stiekem allemaal hetzelfde…toch?” …En met zulke mensen wordt het dan toch nog oprecht gezellig…

Esther Bakker

Laatst aangepast (zondag, 08 mei 2011 09:28)